vrijdag 13 april 2018

Dat dekselse zevende

Dat dekselse zevende is
nog altijd zwevende
in zijn zevende hemel
met zijn tweede plek
ook al is het niet de begeerde
stek want ze zijn geen kampioen
zoals ze zich na het vorige seizoen
voorgenomen hadden

in dat streven grepen ze
als eerste het zesdebij de kladden en daarna
volgde de rest een voor een dat wil zeggen
de rest min een want meer dat was gewoon niet te doen
tegen die Roosendaalse ELO muur
want op den duur liep iedereen daarop
stuk en bezweek alles en iedereen onder
het juk van het hogere getal maar wat niet bezweek
was de bijzondere geest van het team
spelen in het zevende is als leven in a dream
wordt ervaren als een gezamenlijk feest

Wee degene die aan de samenstelling wil tornen
Hij of zij worde voer voor de wormen.

Theo Mulder

De Stukkenjagers met één been in de Meesterklasse

Het verslag van Stukkenjagers 1 is te vinden via Schaaksite.

Stukkenjagers 6 versus Staunton 2: 4,5-3,5

Dit was de dag van de kerende kansen, de chute in het Italiaanse sonnet, de zon die ons naar buiten lokte terwijl wij ons licht over de 64 velden moesten strooien, het eb dat de vloed terug de zee indreef, kinderen die plotseling toch weer als cowboys en indianen tegenover elkaar stonden, het mocht, het was de dag dat de einduitslag eindelijk eens een keer voor ons gunstig uitviel. Het leek er lang op dat we op de meeste borden ietsje beter stonden, maar gaandeweg de middag veranderde dat beeld enigszins.
Het gezicht van Paul sprak boekdelen toen hij zijn tegenstander achter het bord zag zitten, een uk die net zijn kleuterschooldiploma op zak had. Paul is namelijk allergisch voor schakende kinderen en dan met name voor meisjes. Dat luchtte dan voor de helft op, en hij was het die ons team op voorsprong zette! Hulde voor Paul die geconcentreerd bleef tot en met de laatste zet.
Even dreigde er een akkefietje tussen Hans en diens tegenstander. Het was onduidelijk wie er remise had aangeboden, ik had aan Hans gevraagd om nog even risicoloos door te spelen omdat de situatie op alle overige borden spannend bleef. De tegenstander protesteerde met luide stem. Om een nare sfeer te vermijden heb ik na kort overleg met beide spelers besloten om remise te accepteren. We bleven nog altijd op voorsprong.
Andries had weer eens een razend ingewikkelde stelling op het bord. Hij zorgde wel voor het volle punt en even lieten we de tegenstanders onze hielen zien. Dat beeld bleef gelijk na de remise van Jan (B), die daarvoor wel alles uit de kast moest halen. Knap gedaan!
Ton liet de wedstrijd uit zijn vingers glippen en verloor onmiddellijk, dat was jammer gezien het verloop van de partij. Wij hadden Ton een mooier resultaat toegewenst, maar zijn desalniettemin tevreden met zijn bereidheid om zo vaak als kan in te vallen.
Een debutant zorgde voor twee punten verschil. Elroy speelde een prachtige partij waarin constant druk op de tegenstander werd uitgeoefend.
Jan (W) behaalde een degelijke remise. Het had geen zin om op winst te gaan spelen, als dat al mogelijk was geweest! Remise was voldoende want daarmee was de buit binnen. Hoe vaak hadden we dit seizoen al niet met dezelfde cijfers verloren?
Theo verdient een compliment al vond hij zelf van niet. Tot het eind toe bleef hij voor de goede zaak strijden. Hij stond in het begin veel beter, maar heeft onderweg ergens de juiste afslag gemist. Als hij echter al had opgegeven toen Jan (W) nog voor het beslissende halfje moest zorgen, had dat misschien ook die wedstrijd beïnvloed. We hebben als team geopereerd. Hulde aan alle spelers! Hieronder zoals gebruikelijk de impressies van iedere speler afzonderlijk.
Aan het eind van de middag volgde een gezellig samenzijn tussen het zesde en het zevende, georganiseerd door captain Wil. Ook al is er sprake van enige rivaliteit, wij gunnen het zevende team het succes dat zij dit jaar hebben behaald!

ANDRIES DELIËN - MARTIJN STRUIJS                             1-0
De laatste wedstrijd van het seizoen wilde ik persé winnen.  Dat betekende geconcentreerd spelen, rustig en gedegen de partij opzetten. Rustig wordt het nooit wanneer de tegenstander tegengesteld  rocheert. Ik kwam goed uit de opening. Wanneer ik de ‘bevrijdingszet’ op zet negen doe, geeft Stockfish -0.62 aan. In ieder geval dus gelijkwaardig. Dan begint  wit op zet 13 aan de pionnenopmars met h4. Zwart ontwikkelt tegenspel op de damevleugel, waarop wit zijn witte loper offert. Twee pionnen voor een loper. Stockfish geeft hier 0.00 aan. De volgende zet van wit lijkt goed, de koning staat niet meer gepend, maar de computer geeft ineens -1.43 aan. Zwart start zijn opmars met de b-pion: het verschil is al bijna 3 punten. Wanneer wit met de b-pion op c3 terugneemt, ligt zijn ‘koningsstelling’ open. Het verschil is dan al 10.30. De wedstrijd is hier al gekanteld. Het spel voor zwart wordt makkelijk. Zwart kan met dreigingen ontwikkelen. Dan gaat het snel.  Op zet 33 geeft wit op. Het klinkt allemaal vrij simpel, toch was het een partij met veel ingewikkelde stellingen, tactisch als strategisch. Er gebeurde aan beide kanten veel, beide spelers hadden veel mogelijkheden om te benutten en moeilijkheden om op te lossen. Geen saaie pot, maar een dynamisch gevecht.

THEO MULDER - TONIE SCHNEPPER                               0-1
Lekker weer, lekker zonnetje, lekker relaxen op het terras totdat een scooter gevolgd door een donderbui de aderen vol adrenaline jagen. Met die adrenaline naar binnen en naar boven en aan de slag.
Zonnige opening maar daar niet van weten te genieten, de wolken pakken zich samen en het wordt te ingewikkeld. De vermoeidheid slaat toe, de adrenaline werkt averechts, het hoofd loopt om en ook de koning gaat om.

JAN WEIJTERS - JAN VAN EGMOND                                1/2-1/2
Rond het middaguur scheen de zon uitbundig die daardoor binnen zorgde voor vals licht. Ik was blij dat de tegenstander zo nu en dan ging verzitten, dan kon ik tenminste zien waar de stukken precies stonden. In de opening had ik al direct veel tijdvoordeel en op de zevende zet kon ik de epion van mijn tegenstander inrekenen. Jan zag niet dat hij zijn paard naar a4 ipv naar e2 moest spelen. Later gaf ik volkomen onnodig (zo bleek na analyse) die pion weer terug. Ik had mijn koningspaard nog niet ontwikkeld en ik zag te veel spoken. Na afruil hield ik vrije pionnen over op de koningsvleugel en van wit moest het gevaar juist via de damevleugel komen. Ik had mijn kansen verspeeld en moest nog hard werken voor remise. Jan was net zo voorzichtig als ik. Van mijn kant was het begrijpelijk, ik speelde om het team te laten winnen. Een halfje was voor ons goed genoeg. Maar ik begreep mijn tegenstander niet. Als ik in zijn schoenen had gestaan had ik doorgespeeld! Voor Staunton leverde alleen winst nog een punt op. Met het resultaat was ik uitermate tevreden, met het partijverloop veel minder.

ELROY KERSTENS - TAMARA VAN BOXTEL                     1-0
Ik speelde tegen het Albin’s tegengambiet. De theorie van deze opening zat niet meer vers in het geheugen, dus ik week slim op zet #3 van de main line af. Omdat ik dacht dat Tamara kort daarna een sterk dreigende positie zou krijgen, offerde ik een loper voor 2 pionnen. Een blunder die ongetwijfeld verlies had betekend, zag zij gelukkig over het hoofd. Tenslotte maakte ze een cruciale fout waardoor ik tactisch een stuk won. 1-0.

TON TEPE - RINUS MERKIES                                             0-1
Zwarte kater: Precies op zet 64: mijn C-pion gaat promoveren. Tijd voor een wanhoopsoffensiefje van mijn tegenstander. Ik krijg een schaakje en heb 4 opties, 3 ervan zijn probleemloos winnend voor mij. Ik produceer de vierde. Of, zoals Lefevere - ploegbaas van Terpstra – na de Ronde van Vlaanderen zei: “het kon alleen nog mis, als er een zwarte kater over de weg zou lopen”.

JAN BERGSMA - OWEN VAN SANTEN                              1/2-1/2
Na een wat moeizame start met een een klok die niet goed liep en met een tegenstander die werd geconfronteerd met 2 koningen op het bord (en geen dame dus) speelde ik afgelopen zaterdag in aantal zetten een van de langste partijen die ik ooit gespeeld heb. Na slordig stukverlies in het begin en de zelfverzekerdheid die ik op het gezicht van mijn tegenstander kon aflezen ging ik er lange tijd vanuit dat het een verloren zaak was, maar uiteindelijk werd het na 70 (!) zetten toch nog remise. Misschien uiteindelijk ook wel terecht nadat we  in de analyse achteraf konden concluderen dat we qua aantal blunders niet voor elkaar hebben ondergedaan. Een partij om snel weer te vergeten….
 
PAUL VERMEE - DAVID HULTERMANS                              1-0
  Schaken op zaterdag in de Balkonkamer.
Voor het eerst van mijn leven speel ik een partij waarbij ik twee notatieformulieren nodig heb. Nog nooit heb ik zoveel geduld gehad. Maar ik moest en zou winnen. Althans geduld hebben en goed kijken. Nou dat ging goed. Al meteen na de opening ging het voorspoedig. Dit wordt kat in het bakkie zag ik al. En toen oeps bij zet 10 laat ik mijn dame pennen met mijn toren, aangevallen door een loper. De moed zakte me in de schoenen. Ik verloor een toren, maar stond een pion voor en de tegenstander had er op de c lijn 3 achter elkaar. Tevens wist ik zijn loper en toren gevangen te houden gedurende de hele partij. Met veel geduld kon ik omruilen en stuk voor stuk pionnen opruimen. David, zo heette mijn zeer jonge tegenstander, raakte uitgeput en maakte een foutje. Weg toren. Toen was het even opletten en goed uitspelen.
Mooie pot, heerlijk gegeten en met veel sterke verhalen en goed weer veel te veel alcohol gedronken ’s avonds. Om 11.00 uur thuis gearriveerd. Ik hoop dat Björn ook goed thuis gekomen is.

HANS GROFFEN - EMILE PONJEE                                     1/2-1/2
Ongemakkelijke remise
Mijn laatste partij speelde ik met wit tegen Emile van onze tegenstander uit Etten-Leur.
Een aardige vent die mij vroeg of hij eerst wat mocht eten, dus ik gelijk maar even koffie gehaald.
Ik begon met c4 en vervolgde met wat ik wel vaker speel. Dit kostte hem wat bedenktijd, maar hij deed geen slechte tegenzetten.
Ik kon nergens voordeel opbouwen.
Na gedwongen afruil van stukken leek het al snel op remise uit te draaien. (Wat ik normaal niet zomaar doe!)
Remise, toen dat woord viel was het wat ongemakkelijk.
Ik zei dat moet ik eerst overleggen met mijn teamcaptain en daarna is het pas bespreekbaar.
Maar hij wilde dit heel graag ,ik sprak hier Jan over en die zei dat ik voorzichtig nog even door moest spelen.
Mijn tegenstander (iets te luid) begreep dit overleg niet en het voelde wat ongemakkelijk aan hierdoor .
Hij zei later dat zou mijn team ook eens moeten overwegen om het zo te doen.
Na overleg is er toch remise overeengekomen.
Buiten hebben we het nagespeeld en het draaide telkens uit op remise.
De stelling was zodanig dat ik moest gaan forceren; ik probeerde dat hetgeen niet zonder risico was, maar hij wilde er perse niet in meegaan en besloot tot herhaling van zetten.
Voor mij voelde het als opluchting dat het toch wel echt op remise uitdraaide.
Het was wederom een leuke dag.

woensdag 14 maart 2018

SJ 6 tegen Vught 2

In een tot gemeenschapshuis omgetoverd woonhuis,  “Ons Home”, trof Stukkenjagers 6 het tweede van Vught. Het intieme zaaltje had iets knus met aankondigingen van een workshop paranormale waarnemingen door middel van foto’s van overledenen of bloemen, de aankondiging van een optreden van de Vughtse Diva’s en een rekje met folders van de KBO. Andries Deliën kreeg met wit aan het topbord in een rustige d4-opening een gelijke stelling met een half-open c-lijn tegenover een half-open e-lijn van tegenstander Kees de Laat. Het werd nooit wild en driest. Met weloverwogen zetten van weerskanten bleef de remise gedurende de gehele partij de meest waarschijnlijke uitslag. Harry Buyvoets had het aan bord 2 lastiger om het evenwicht te handhaven. In een open Siciliaan met a6 en e6 slaagde witspeler Wolter de Vries erin om kleine voordeeltjes als het loperpaar en een geïsoleerde zwarte d-pion te verzamelen. Allemaal niet rampzalig, maar toch lastig om eigen kansen te scheppen. Rond de klok van 3 uur vertrouwde Harry de non-playing captain, Guus van Heck,  toe beduidend minder te staan en dat opgeven in het verschiet lag. Harry speelde met loper, paard en 3 pionnen tegen toren en 6 pionnen nog een behoorlijke tijd geconcentreerd door, maar moest erkennen dat er niks mis was met zijn eerdere taxatie van de stelling en zijn prognose van de uitslag. Op bord 3 moest invaller Theo Mulder het opnemen met wit tegen Sije Zeldenrust. Theo uitte bij het horen van de naam van zijn tegenstander dat deze geen moment rust zou krijgen. Vandaar wellicht de 1.b4 -opening. Het geval wil echter dat de Oerang-Oetan of Sokolsky zowat de huisopening van de Vughtse schaakclub is en 1.b4 dan ook geen paniek bij de zwartspeler veroorzaakte. Het zevende is gewaarschuwd; de Oerang Oetan nakijken is voor de slotronde geen overbodige luxe. Hoe dan ook, Theo kwam geleidelijk onder druk te staan, kreeg een loper op a1 niet echt in het spel en moest uiteindelijk  de koning omleggen. Ook op het vierde bord een invaller, Carlo Butalid, en ook hier een Oerang Oetan, ditmaal met ruil van de e- en de b-pion. Carlo kwam tegen Peter Loman in een eindspel met een loper en pion minder terecht en kon dat ondanks flink tegenstribbelen niet houden. Met een half punt aan de eerste 4 borden, moesten de wonderen van de borden 5 t/m 8 komen. Dat lukte maar ten dele. Invaller Bert Wels, te elfder ure (in feite na twaalven) als 8ste en na later in Vught bleek als 9de speler opgetrommeld,  verweerde zich tegen Jacques van der Vall kranig op het vijfde bord en zou zowaar behoorlijke kansen gekregen hebben indien hij besloten had om zijn paard naar b5 te dirigeren in plaats van zijn loper op dat veld te posteren. Niet voor lang. Na het wegjagen met a6 was er na de terugtocht naar e2 of d3 nog geen man overboord geweest, maar Bert koos voor d7 als vluchtveld. En dat luidde het begin van het einde in. Jammer. Coen Klaassen, onze vierde invaller, nam het met zwart aan bord 6 op tegen Jos Stehmann. Al vrij rap had Coen een overweldigende stelling met een pion meer, een centrum vol pionnen, en een tegenstander met twee h-pionnen naast een lege g-lijn, en een koning die op e8 huisarrest had. Genoeg voordeel om een mataanval op te zetten. Het kon op een gegeven moment op meerdere manieren, maar Coen koos de mooiste met een dameoffer op h8! Paul Vermee kreeg vrijwel vanuit de opening de betere stelling, ook omdat zijn tegenstander Frank Donders insluiten en vangen van Pauls loper op b7 achterwege liet om in plaats daarvan met een loper dood en verderf in de buurt van de witte koning te zaaien. Overtuigend was dit niet en het had ook niet tot snelle opgave van Paul hoeven te leiden, zoals Paul ook later aangaf. Helaas kondigde een “Oh Shit!” aan dat een nul ingevuld kon worden op het wedstrijdformulier. Op het laatste bord scoorde Hans Groffen zijn inmiddels vaste punt. Tegen Steve Koot kwam Hans al in de openingsfase (alle 16 pionnen stonden nog op het bord) een volle toren voor doordat wit met  Ke2 (??) onnodig zijn loper blokkeerde en wat erger was  Pg3+ met slaan op h1 toeliet. Hans maakte geen fout en verzilverde het materiële overwicht gedecideerd. 5.5-2.5 verlies dus. 
aIn een tot gemeenschapshuis omgetoverd woonhuis,  “Ons Home”, trof Stukkenjagers 6 het tweede van Vught. Het intieme zaaltje had iets knus met aankondigingen van een workshop paranormale waarnemingen door middel van foto’s van overledenen of bloemen, de aankondiging van een optreden van de Vughtse Diva’s en een rekje met folders van de KBO. Andries Deliën kreeg met wit aan het topbord in een rustige d4-opening een gelijke stelling met een half-open c-lijn tegenover een half-open e-lijn van tegenstander Kees de Laat. Het werd nooit wild en driest. Met weloverwogen zetten van weerskanten bleef de remise gedurende de gehele partij de meest waarschijnlijke uitslag. Harry Buyvoets had het aan bord 2 lastiger om het evenwicht te handhaven. In een open Siciliaan met a6 en e6 slaagde witspeler Wolter de Vries erin om kleine voordeeltjes als het loperpaar en een geïsoleerde zwarte d-pion te verzamelen. Allemaal niet rampzalig, maar toch lastig om eigen kansen te scheppen. Rond de klok van 3 uur vertrouwde Harry de non-playing captain, Guus van Heck,  toe beduidend minder te staan en dat opgeven in het verschiet lag. Harry speelde met loper, paard en 3 pionnen tegen toren en 6 pionnen nog een behoorlijke tijd geconcentreerd door, maar moest erkennen dat er niks mis was met zijn eerdere taxatie van de stelling en zijn prognose van de uitslag. Op bord 3 moest invaller Theo Mulder het opnemen met wit tegen Sije Zeldenrust. Theo uitte bij het horen van de naam van zijn tegenstander dat deze geen moment rust zou krijgen. Vandaar wellicht de 1.b4 -opening. Het geval wil echter dat de Oerang-Oetan of Sokolsky zowat de huisopening van de Vughtse schaakclub is en 1.b4 dan ook geen paniek bij de zwartspeler veroorzaakte. Het zevende is gewaarschuwd; de Oerang Oetan nakijken is voor de slotronde geen overbodige luxe. Hoe dan ook, Theo kwam geleidelijk onder druk te staan, kreeg een loper op a1 niet echt in het spel en moest uiteindelijk  de koning omleggen. Ook op het vierde bord een invaller, Carlo Butalid, en ook hier een Oerang Oetan, ditmaal met ruil van de e- en de b-pion. Carlo kwam tegen Peter Loman in een eindspel met een loper en pion minder terecht en kon dat ondanks flink tegenstribbelen niet houden. Met een half punt aan de eerste 4 borden, moesten de wonderen van de borden 5 t/m 8 komen. Dat lukte maar ten dele. Invaller Bert Wels, te elfder ure (in feite na twaalven) als 8ste en na later in Vught bleek als 9de speler opgetrommeld,  verweerde zich tegen Jacques van der Vall kranig op het vijfde bord en zou zowaar behoorlijke kansen gekregen hebben indien hij besloten had om zijn paard naar b5 te dirigeren in plaats van zijn loper op dat veld te posteren. Niet voor lang. Na het wegjagen met a6 was er na de terugtocht naar e2 of d3 nog geen man overboord geweest, maar Bert koos voor d7 als vluchtveld. En dat luidde het begin van het einde in. Jammer. Coen Klaassen, onze vierde invaller, nam het met zwart aan bord 6 op tegen Jos Stehmann. Al vrij rap had Coen een overweldigende stelling met een pion meer, een centrum vol pionnen, en een tegenstander met twee h-pionnen naast een lege g-lijn, en een koning die op e8 huisarrest had. Genoeg voordeel om een mataanval op te zetten. Het kon op een gegeven moment op meerdere manieren, maar Coen koos de mooiste met een dameoffer op h8! Paul Vermee kreeg vrijwel vanuit de opening de betere stelling, ook omdat zijn tegenstander Frank Donders insluiten en vangen van Pauls loper op b7 achterwege liet om in plaats daarvan met een loper dood en verderf in de buurt van de witte koning te zaaien. Overtuigend was dit niet en het had ook niet tot snelle opgave van Paul hoeven te leiden, zoals Paul ook later aangaf. Helaas kondigde een “Oh Shit!” aan dat een nul ingevuld kon worden op het wedstrijdformulier. Op het laatste bord scoorde Hans Groffen zijn inmiddels vaste punt. Tegen Steve Koot kwam Hans al in de openingsfase (alle 16 pionnen stonden nog op het bord) een volle toren voor doordat wit met  Ke2 (??) onnodig zijn loper blokkeerde en wat erger was  Pg3+ met slaan op h1 toeliet. Hans maakte geen fout en verzilverde het materiële overwicht gedecideerd. 5.5-2.5 verlies dus.
Guus van Heck

vrijdag 9 februari 2018

Van Alpejager naar Stukkenjager Over stijgen en dalen


Onverwachte winst voor Wil Wouts

Luidde de kop op onze website

Van de zwarte winnaars was Wil Wouts verreweg de meest opvallende. Hij bleef de hele avond in opperste concentratie en kreeg in het eindspel loon naar werken, tegen niemand minder dan Theo Mulder

Niemand minder dan Theo Mulder? De man die bij de beklimming van ELO berg nooit hoger kwam  dan ± 1700 meter, en dat is al weer erg lang geleden, en die tegenwoordig zijn tent op plus minus 1400 meter opslaat.

Ik moest daarbij denken aan een gedicht van Paul van Opstaijen. Toen Wil nog maar net lid van onze club was, heb ik een paar potjes tegen hem gespeeld en zijn conclusie toen was dat hij nog een paar maatjes te klein voor me was. Inmiddels is dat aardig aan het veranderen, vandaar mijn associatie met het Alpejagerslied van Paul van Opstaijen, waarvan de eerste regels als volgt luiden

Een heer die de straat afdaalt



een heer die de straat opklimt



twee heren die dalen en klimmen



dat is de ene heer daalt



en de andere heer klimt



vlak vóór de winkel van Hinderickx en Winderickx





Theo M

maandag 5 februari 2018

Hoe Goliath eenvoudig de baas bleef (SJ 6-RSG)

Bij zo’n uitslag laat ik voor de hand liggende namen als David en Klein Duimpje maar gevoeglijk achterwege, want wij waren op deze dag niet goed genoeg om als gevaarlijke underdog te functioneren. Dat leek er wel even op toen Hans Groffen wederom ons achttal op een bemoedigende voorsprong zette. Bij een rondgang langs de borden dacht ik dat er op een goede dag aan een paar borden meer in zou zitten dan een kansloze nederlaag. Vooraf wisten we dat het heel moeilijk zou worden, maar toch: zo’n afstraffing doet enorm veel pijn. Na Hans’ mooie prestatie waren we rond de klok van 15.00 uur volledig uitgeteld. Één voor één gingen we de bietenbrug op. Overigens geen schande tegen een tegenstander die minstens een klasse hoger moet spelen. Een pleister op de wonde is dat ons zevende team voorlopig gelijke tred houdt met deze gedoodverfde kampioen. Wij kunnen hen voor de volgende ronde alleen maar veel sterkte toewensen en hopen dat RSG weer niet in de sterkst mogelijke opstelling verschijnt.

ANDRIES DELIËN - MARC NAALDEN                      0-1
Ik had me zo verheugd op deze partij. Eindelijk mocht ik in deze competitie spelen tegen een ruime 1800-speler. Ik had me voorbereid. Partijen van verschillende spelers van RSG nagespeeld. Ook partijen van Marc Naalden. Ik wist hoe hij met wit opende. De eerste tien zetten gingen vrij snel. De computer gaf bij zet 8, zet 10 en 12 keurig 0.00 aan. Marc speelde positioneel goed, loerend op kleine voordeeltjes. Op zet 21 speel ik Dame b4: of binnendringen of dameruil. Mijn plan was dameruil. De computer geeft op die zet aan: 0.00  Alles was volledig in evenwicht! I.p.v. dameruil trek ik de dame terug naar een verkeerd veld. Op het moment dat ik hem loslaat zie ik dat ik de partij in een zet verlies. Wat een blunder.

TON TEPE - ARCO SCHUMACHER                          0-1
Hierbij een poging om mijn partij in 64 woorden te verbeelden (deze eerste 11 en wat er tussen de haken staat, tellen ook mee). Na een zet of 12 zag ik me genoodzaakt een paard voor een toren te accepteren. Even leek het er op dat ik er 2 krachtig opererende lopers voor terug kreeg. Helaas, de lopers liepen vast: 0-1 zo ging dat!

JAN WEIJTERS - TED VAN ECK                                0-1
Het enige positieve dat ik aan deze partij heb overgehouden is dat ik lange tijd goed spel heb laten zien met in gedachten een remise (of meer) als mooi eindresultaat. Mijn tegenstander was in het eindspel net iets gewiekster dan ik. Na afwikkeling van stukken hield ik een hinderlijke dubbelpion over op de f-lijn. In die fase dacht ik nog remise te kunnen houden. Helaas was de realiteit anders en moest ik me tenslotte gewonnen geven.

GUUS VAN HECK - NICO KLOOSTERBOER            0-1
Tegen Nico Kloosterboer kreeg ik met wit een stelling die heel lang volledig in evenwicht was. Een gesloten Siciliaan waar tot ver in het middenspel niks geks gebeurde. Net toen mijn tegenstander, zoals hij later bij de korte analyse aangaf, overwoog om remise aan te bieden, was ook ik tot de conclusie gekomen dat een puntendeling het onvermijdelijke slot zou zijn. Niet dus. In mijn ijver om zo snel mogelijk ½-½ op het scoreformulier te kunnen schrijven besloot ik tot een algehele afruil op d4 waardoor aan beide kanten 2 pionnen, 2 torens en 2 stukken zouden verdwijnen. Dat zou waar geweest zijn als ik eerst even, voordat ik mijn damepion van d3 naar d4 dirigeerde,  mijn koning van g1 naar het veilige h1 verplaatst had. Een ongeluk, maar ook geluk zit in een klein hoekje. Met de koning op g1 kon zwart in plaats van slaan, slaan, slaan, slaan, …., slaan ergens halverwege een penning over de a7-g1 diagonaal aanbrengen. Geen ½-½ dus, maar het ratingconforme 0-1.

JAN BERGSMA - CHRIST DE VETH                          0-1
Tegen RSG was het spelen vanuit de underdog positie; als team, maar ook voor mezelf met een rating die 500 punten lager lag  dan die van mijn tegenstander. Daarom was ik - geheel tegen mijn gewoonte in - maar eens heel verdedigend gaan spelen om het in ieder geval zo lang mogelijk vol te houden en wie weet hem uit te lokken toch een fout te maken. Dat eerste is wel gelukt gezien het feit dat we uiteindelijk beide nog maar een klein half uurtje op de klok hadden staan, maar verder kreeg ik geen schijn van kans. Kan niet anders dan me er bij neerleggen.

JAN VAN DEN DRIES - FRANK ROCKX                    0-1
Over mijn partij tegen Frank Rocks van RSG kan ik weinig verheffends vertellen. Met wit op bord 6 kwam ik erg vervelend uit de opening. Waar de fout precies ontstond, weet ik (nog) niet, maar feit was dat ik na 15 zetten reeds een paard achter kwam te staan. Dat paard moest ik geven, want anders ging mijn dame de doos in en kon ik beter meteen opgeven. Een pionnetje meer was alles wat ik aan compensatie kon creëren voor dat ongelukkige paard maar mijn stelling bood weinig perspectief. Mijn stukken stonden gewoon niet lekker en de paarden van mijn tegenstander waren levensgevaarlijk en drongen eendrachtig samenwerkend met regelmaat mijn stelling binnen. Geen moment had ik hoop op beter en nadat diverse stukken waren afgeruild, restte mij weinig anders dan de ongelijke strijd te staken. Een van mijn slechtste partijen sinds jaren zat er gelukkig op en later bleek dat dat voor veel teamgenoten gold, want 1-7 was een fikse afstraffing. Hopelijk kan SJ 6 zich oprichten en kunnen we de competitie nog positief afsluiten met mooie resultaten tegen Vughtse Toren 2 uit en Staunton 2 thuis.

PAUL VERMEE - BEN CARTENS                               0-1
Het was de drukste dag sinds het bestaan van Cinecitta en dan ook nog 120 schakers er bij. Dat resulteerde in nogal wat spanning bij mij en mijn buurman, die tegen Jan zat te schaken. Deze man begon te klagen over Cinecitta met nogal luide stem.
Omdat ik dit uiteraard niet pik, kreeg hij van mij repliek, waardoor ik met nogal weerbarstige gevoelens verder moest schaken.
Mijn opponent was een aardige man, wat niet wil zeggen dat ik hem zomaar laat winnen. Het ging gelijk op en ik stond redelijk goed vond ik (anderen vonden dit ook, zo werd me verteld).  Bij zet 21 werd het spannend en mijn hersencellen signaleerden….op één veld mag je je dame niet neerzetten (die werd daar dan nl. aangevallen) en dat was f7.  Als alternatief bleven e7 en c7 over, waarbij ik c7 steeds de beste optie vond, hoewel ik niet verder kan denken dan een zet vooruit. Na veel denken, wikken en wegen besloot ik dame naar c7 en deed mijn zet. En wat denk je, ik zette hem op f7, waarbij mijn dame gepend stond tussen loper en koning.
Ggggvvvdddd…ja nu was het verloren…ik heb de man een hand gegeven, wat natuurlijk nooit mag. Ik had kunnen proberen op pat te spelen, maar hier had ik echt geen zin meer in.
‘s Avonds heerlijk en met veel plezier afgesloten in het restaurant. Ik vond het een geslaagde dag, vooral omdat het 7e wel won.

HANS GROFFEN - FRANS JONKERS                       0-1
Deze keer kwam medekoploper uit Roosendaal op bezoek en alhoewel ze torenhoog favoriet  waren, moest de match toch nog wel gespeeld worden .
Ik speelde dit keer met wit tegen Frans Jonkers en dacht laat ik maar vol op de aanval gaan en zien hoe mijn tegenstander hierop reageert.
Na de openingszetten en afruil van loper/paard kwam ik sterk te staan .
Frans maakte op een gegeven moment een fout, ik ging druk op zijn dame zetten.
Hij maakte een verrassende  keuze met zijn toren en verloor zijn dame ....dit was pure winst!
Ik moest wel voorkomen dat zijn toren en loper mij schaak konden geven wat tot stukverlies zou hebben geleid.
Toen dit lukte kon ik iets later zijn koning in de problemen brengen en een toren pakken. Hij besloot daarna meteen op te geven.
Het zal misschien ook meegespeeld hebben dat hij uit de nachtploeg kwam en moe was, zoals hij me vertelde.
Heel sportief kreeg ik complimenten van hem over onze partij.
Dit was een mooi begin en ik was steeds meer benieuwd hoe we het als team ervan af gingen brengen.